ligfiets.be - startpagina
        De Ligfiets GENT - Lange Violettestraat 49 - 9000 Gent - Tel. 09 225 07 77
      De Ligfiets ANTWERPEN - Steenhouwersvest 25 - 2000 Antwerpen - Tel. 03 293 74 56

Onze winkels
Ligfietsen
Vouwfietsen
Accessoires
Verhuur
Contact
Links
Faq

Nieuws
Events
Team
Onze klanten
Reisverslagen

Toerist in Senegal


Wouter van Landuyt en Dries Callebaut reizen graag per ligfiets. In de vorige uitgaven waren al verslagen te vinden over tandemtochten in de Pyreneën en Duitsland, en over een tochtje naar Istanbul. Voor het eerst hebben ze deze winter een reis samen gemaakt. Een verslag.

Ik ben weer helemaal in de sfeer. Het is koud, grijs en vochtig weer. Ik wil eindelijk wel eens vakantie, en ik wil fietsen!
Oorspronkelijk stond een woestijntrip in Libië op het programma. Er werd daar een feestje georganiseerd voor avonturiers om de overgang naar een nieuw millennium te vieren. (vraag me niet welk millennium; kijk ook eens op http://www.ttlo.org).
Wouter zag het wel zitten om iets te doen met nieuwjaar. Maar na enkele bedenkingen in verband met visa, fietsen in zand, en een "millenniumfeest ver van alle millenniumgekte", zijn we toch maar eens gaan neuzen in de last-minute aanbiedingen. 't Was snel beslist. We kenden Senegal allebei van horen zeggen, we wouden niet naar de kou, en 't moest passen binnen ons budget en onze beperkte vakantiedagen. De voorbereidingen waren al even last-minute als het vliegtuigticket. Snel paspoort verlengen, afspreken dat er een tent en een muskietnet meegaat, en dubben over welke slaapzak meeging. En, iets praktischer: met welke fiets? Ik had het plannetje opgevat om mijn "HPX" lange wielbasis om te bouwen, maar op het vliegtuig mag maximum 27kg mee, en mijn Happie X weegt er al ruim 20.
Wouter rijdt al enkele jaren met een Challenge Hurrycane in de meest bizarre landen, dus ging ik ook op zoek naar een Hurrie. Eerst bij vrienden; "jaja, maar na een zandtrip mag ik al mijn onderdelen vervangen", daarna gewoon bij De Ligfiets. Het leuke was dat ik een nieuwe sport Hurrie meekreeg, compleet met de nieuwe bagagetassen van Elan. Kon ik die tassen ook testen. Op relatief eenvoudige manier kan het compacte fietsje nog compacter gemaakt worden, zodat ie in een zak past. In Zaventem werden de zakken afgehaald, maar in Dakar kwamen ze gewoon van de lopende band gerold. De volgende keer laten we ze gewoon herkenbaar als fietsen, en maken we een bescherming rond de vitale delen, dan worden ze hopelijk met wat meer "compassie" behandeld. We hebben geprobeerd om de hydraulische remmen te herstellen die tijdens de vliegreis beschadigd waren, maar dat lukte niet bijster goed. Ik heb dus de reis met een kapotte voorrem gedaan, Wouter met een kapotte achterrem. Maar omdat dat standaard is in een land met vooral tweedehands voertuigen, was het niet erg. Bovendien hebben we maar enkele keren hoge snelheden behaald, onze route was tamelijk vlak.

20/12/1999
Cultuurschok? Het is donker als we landen in Dakar. Geen hotel besproken, maar we hebben enkele adressen van hotelletjes in onze zak. Tamelijk hectisch, de formaliteiten bij het binnenkomen van Senegal, en dat zal in feite constant zo blijven als er volk in de buurt is. Bij het monteren van de fietsen worden we al aangesproken door een werknemer van de luchthaven die een koers organiseert en een fietstocht door de "Casamance", de streek bezuiden Gambia. Hij gidst ons naar buiten, maar ik raak achterop en word gefouilleerd door een agent, die echter na enkele seconden zijn belangstelling verliest en iemand anders begint te ondervragen. Dit eerste uur in Senegal vind ik bepaald indrukwekkend. Na het verlaten van de luchthaven, en na het corrigeren van enkele mankementen aan de fietsen, maken we kennis met het straatleven langs een grote uitvalsweg. Veel auto's, vooral gammel, dus traag, veel busjes, en constant volk langs de straat. Slechts de eerste paar honderd meter van onze zoektocht naar een hotel wordt verlicht, de kaart van Dakar blijkt uiteindelijk zeer summier. Maar na veel vragen en veel hilarische reacties op onze fietsen vinden we om 1uur 's nachts het Via-via hotel open om ons een slaapplaats te geven. Het Via-via is opgericht door Belgen die enkele keren via het land naar Senegal gereisd zijn, waaronder een keer met een omgebouwde geit. We komen dus al een beetje "thuis" na nog maar even "weg" geweest te zijn.

21/12/1999
Maar we zijn natuurlijk niet naar Afrika gekomen om ons te laten verwennen in een Belgisch hotelletje, al is het gericht op reizigers, en niet echt luxueus te noemen. Dakar verkennen per fiets is een ervaring. Stukken slechter georganiseerd dan Parijs, en het lijkt even druk. Maar het is wel zeer leuk. Afrikanen die even mogen proberen op de fiets, en ons daarna proberen mee te tronen naar hun "heilige boom", jongetjes die zich opwerpen als fietsbewaker terwijl we op een terrasje zitten met onze neus erbovenop, verkopers van stoffen die de aandacht op zich trekken met hun "talking drum", auto's die je kan voorbijsteken omdat zij trager zijn en warempel, daar rijdt een wielrenner! We wandelen ook naar het strand in de buurt van de Via-via, waar een vissersgemeenschap bezig is om de netten binnen te halen. Ze zijn met een honderdtal aan elk uiteinde van het net. Als het net dichter bij het strand is gaan de jongens met kleine netten de vissen vangen die uit het net ontsnappen. Eenmaal het net op het strand, komen nog eens honderd vrouwen uit het niets om de netten leeg te halen. Er wordt niet gevochten, iedereen heeft een vis, en daarna gaat er nog vis de koelwagen in. Wouter moet een "cadeau" geven nadat hij de vis van een norse huismoeder heeft gefotografeerd.

22/12/1999
Boeiender nog is het reizen langs 's lands grootste autostrade. We trekken van de hoofdstad naar de provinciestad Thiès langs de enige weg waarvan we zeker zijn dat er asfalt ligt. Een agent houdt ons tegen en zegt dat we op een autostrade rijden. Wij vragen of er een alternatieve weg is richting St-Louis. Hij krabt in z'n haar en zegt dat we op de goede weg zitten. Er zijn veel werken, vaak staat er ook politie langs de weg. Als we vermoeden dat we in overtreding zijn en we zien een agent, gaan we ernaartoe en vragen de weg. Bij het zien van de ligfietsen zijn ze doorgaans meer geïnteresseerd in ons dan in de wegcode. 's middags doen we een fotosessie in een Afrikaans Baobab landschapje. Wouter had gelijk, de apebroodbomen waren nergens fotogenieker. Als we in Thiès aankomen zijn we blij dat we wat gezondere lucht kunnen inademen, en spoelen we een kilo vuil van ons bezwete lijf. De temperatuur zat vandaag namelijk rond een aangename 25 à 30°C. Het hotel moet in vroeger tijden mooi geweest zijn. Een koloniale stijl, ongelofelijk grote kamers, stromend water en zowaar airconditioning. Vanuit het raam zien we een klein meisje een mand gevuld met water versleuren die waarschijnlijk zo zwaar is als zijzelf. De plas waaruit het water komt zie er vanuit de kamer echt niet gezond uit.

23/12/1999
Senegal by night De weg naar Bambey heeft wat weg van de Aalsterse Dreef; hij zit vol gaten, maar hij is veel langer. We krijgen het gezelschap van iemand op een brommer wiens kaartje een hoop titels vermeldt: diplomaat, directeur, handelaar, vertegenwoordiger, en nog wat. Hij is zeer geïnteresseerd in onze fietsen en vraagt hoe je ze moet maken. Als hij wat later gaat tanken kiezen wij een restaurantje uit en merkt hij ons niet meer op. In Diourbel is er geen hotel meer, maar we drinken een aantal pinten bij een cafébaas die de ambitie heeft om enkel de "belangrijke" mensen van de stad te bedienen. Het gesprek is zeer geanimeerd, zeker als enkele vrienden van hem ook nog binnen komen. We besluiten om die dag af te ronden op 96km. We rijden op dat moment richting Kaolack, op een asfaltweg in prima staat, door een prachtig landschap, licht glooiend, veel gras, af en toe een boom, regelmatig overstekend vee. We vragen ons af of hier, buiten de vogels, nog andere "wilde" dieren rondlopen. Het lijkt hier namelijk op een geweldig groot weiland. We gaan de weg af om onze tent op te zetten, en breken onze blikken gemengde groenten en sardienen open. Smaakt best lekker in combinatie met brood. We hebben geen vijf happen genomen als twee herders uit de Savanne opduiken en ons per gebarentaal laten weten dat we welkom zijn om een glas melk te komen drinken. Het plaatselijke café is bij de familie thuis, het bestaat uit 4 matten op de grond. Iets verder staat een paardenkar met de huisraad en een grote ton water. Rond de woonplaats graast een kudde van een honderdtal imposante runderen, met daartussen waarschijnlijk nog meer schapen. Het is ondertussen al pikkedonker, tijdens de Rammadam wil dit zeggen: etenstijd of slapenstijd. In dit geval worden we verwend met de plaatselijke couscous. We hadden aangeboden om onze maaltijd te delen, maar die viel echt niet in de smaak. Een grote kom wordt aan ons gegeven. Als we te kennen geven dat het heel lekker was, wordt die kom doorgegeven aan de vrouwen en de kinderen, en worden we gebaard dat we kunnen mee-eten met de mannen. Wouter en ik hebben al lang genoeg als ze met een dessert afkomen; couscous met verse melk. En daarna komen er geroosterde erwten, en dan komt er weer couscous met verse melk (namelijk recht van de koe). Ik speel nog wat mondharmonica (valt in de smaak gedurende één liedje), en er wordt nog wat over en weer gebaard tot het slapengaan. We oogsten verbaasde blikken en hilariteit door in onze slaapzakken te kruipen. Wij van onze kant kijken gefascineerd toe hoe zij gaan slapen: er worden doeken over de matten gespannen, ze kruipen eronder en dat is dat. Later in de nacht beginnen lammetjes tussen de tenten door te spelen en te mekkeren, ik heb er drie dagen een lammetjesfobie van. "Ook het leven van een herder is hard" zei Wouter later over onze gastheren die de lammetjes wegjoegen in de nacht.

23/12/1999
Het ochtendritueel is uitgebreid, we kunnen eindelijk ook de gezichten van de herders onderscheiden, en ze geven ons nog een amulet "tegen kogels". Eens we terug op het asfalt staan hebben we beiden lekke band. Voor mij is dit de eerste, Wouter had al meer pech gehad (moet ie maar nieuwe banden leggen voor een reis). In Godas kiezen we voor een omweg, weg van de hoofdbaan, om het avontuur een beetje uit te dagen. En inderdaad, we komen nu in echt arme dorpjes, veel mensen die er ziek uitzien, weinig variatie in de kleine winkeltjes. Wat niet belet om zeer vrolijk ontvangen te worden. Hier vergeten de kinderen uit verbazing "Toubab, kado" (rare blanke, geef mij iets) te roepen, wat ze overal elders uit volle borst riepen. In Mbar kunnen we zonder vrees onze fietsen achterlaten om verder het winkeltje binnen te stappen. De weg is ondertussen wat minder geworden: we rijden op een rode aangedrukte klei, het is de ondergrond voor wat later een asfaltweg gaat worden. Hoe verder we van de werken verwijderd zijn, hoe meer de weg een wasbord wordt, en we zijn blij dat onze Hurries goed geveerd zijn. Bovendien moeten we, telkens een auto of vrachtwagen passeert, aan de overkant van de weg gaan zodat we niet eindeloos in de stofwolk moeten rijden. Gelukkig is er weinig verkeer. We slapen in onze tent, we hebben nu echt de indruk van "in the middle of nowhere" te zijn.

24/12/1999
Zalige kerst! Maar het landschap blijft Afrikaans, en de mensen zijn geweldig enthousiast, en het fietsen is heerlijk en het leven is mooi. In Kaffrine beslissen we dat we niet naar Tambacounda gaan, we lopen dan gevaar om onze boot in Ziguinchor te missen. In Kaolack worden we begeleid door een plaatselijke motorbende op brommertjes naar een hotelletje waar nog enkele Afrikaanse handelsreizigers zitten. We bezoeken de grootste overdekte markt van Senegal en omstreken, maar vinden bijvoorbeeld niet de mooie messen die de herders hadden. De plaatselijke gri-gri winkel is wel indrukwekkend, met schedels van beesten, slangenhuiden, en alles wat de plaatselijke tovenaar nodig heeft. We kopen wat verder wollen mutsjes. Lekker warm, maar we vragen ons af hoe die afrikanen het uithouden onder die muts. Blijkbaar is 20°C frisjes daar. Het is kerstmis en de ontwikkelingswerkers uit de buurt hebben zich verzameld in een "duur" café. Ik geraak in gesprek met Amerikanen van het Peace Corps. Ik ben er vorige zomer ook tegengekomen in Zwitserland, Amerika stuurt zijn zonen en dochters uit in de wereld om een Pax Americana te bewerkstelligen. In Zwitserland zijn we er bijna mee op de vuist gegaan, hier voer ik een ellenlange discussie over de Europese politiek in Kosovo. De discussie eindigt als ik vraag wat de Amerikanen nog steeds uitvreten in Cuba. Wat later worden we uitgenodigd door een plaatselijke rijke voor een kerstmaal. Die wil per sé bewijzen dat Senegalezen gastvrij zijn. Dat had ik eerlijk gezegd allang begrepen, maar de meeste Senegalezen proberen geld te slaan uit jouw aanwezigheid gewoonweg omdat ze een kans zien in een rijke blanke. En ondanks het feit dat je met een beperkt budget en per fiets rijdt, ben je doorgaans vele malen rijker dan hen. Veel indrukwekkender is het fuifje waar ik later op de avond verzeild geraak. Bedoeld voor de meer kapitaalkrachtige jeugd (er wordt inkom gevraagd), in een soort parochiezaaltje (een grote hut met golfplaten dak), en twee knoerten van boxen aan de wand. De cassetten die gedraaid worden bevatten de meest dansbare muziek van de plaatselijke held Yussou N'Dour, Pappa Wemba, maar ook Zuid- Amerikaanse salsa en samba, en een dieptepunt is zowaar een nummertje van Madonna. We maken er een wedstrijdje dansen van, en ik moet passen als een jonge juffrouw haar buik laat spreken. Maar de Europese eer is gered, en het is een prachtige kerstnacht geweest.

26/12/1999
We rijden door naar Missirah, we eten in een decadente westerse club (maar je moet het ook eens gedaan hebben). Na het passeren van een dorpje zegt Wouter; "Dries, kijk eens om", en we zien een heel dorp kinderen achter ons rennen. De laatste tien kilometer van de dag gaat over een piste, ik moet al mijn concentratie aanspreken om recht te blijven. Ik merk dat het gemakkelijker gaat op grotere snelheid en zware steek, maar als de weg een smalle zandweg wordt, beland ik twee keer in het struikachtig gras naast de weg. We worden 's avonds beloond met een pasta en geroosterde verse oesters.

27/12/1999
De Gîte de Bandialah is een paradijselijk oord aan de rand van de mangrovebossen van het Park National du delta du Saloum. Hier moeten we dus een bootje regelen om een half dagje door de bossen te varen. Na al dat stofslikken mogen we nu ook eens toeristje spelen. Bovendien is het voor Wouter een buitenkansje om een aantal vogels te zien die je anders niet ziet. Alleen jammer dat het niet echt het vogelseizoen is.

28/12/1999
Op weg naar Gambia rijden we via een prachtig bos. Alleen, de weg is een zandweg, en het bos is vergeven van de Tse-Tse vliegen. Vergeet die verhalen over de slaapziekte, Tse-Tse moet je vermijden zoals je dazen vermijdt. Hoe heet dat kankerverwekkend middeltje ook alweer? Ik ben nu echt blij dat Wouter dat meeheeft, zijn rode toptas is zwart bespikkeld van de beestjes. Aan de grens proberen 20 jongens en meisjes ons zoveel mogelijk Gambie te verkopen, het plaatselijk geld. Een politiecommissaris vraagt ons wat onze bijdrage is voor het plaatselijke politieapparaat. Nog niet vertrouwd met de waarde van het geld, geef ik hem duidelijk veel te veel, want hij tovert een zeer brede glimlach op het gelaat. Net voor de oversteek naar de hoofdstad Banjul eten we een belegd broodje bij een cafébaas die ons uitlegt dat de mensen bestaan uit twee categorieën; zij die politiek voeren en zij die handel doen. Zijn neef heet Mamadou en is een gladde jongen. Hij biedt ons aan om bij hem in zijn paradijselijk oord te komen slapen. Mamadou regelt de overzet op een overvolle veerboot. Alleen al om dit mee te maken zou je naar Afrika komen. We ruilen een balpen voor een zakje pinda's, we praten met een zeer oude meneer die onze voertuigen ongelofelijk tof vindt, we proberen bij Duitsers per moto te geraken, 7meter verder, maar we kunnen er niet door vanwege het volk en de auto's die bumper aan bumper staan. Als we van de boot af rijden kruisen we twee Engelse meisjes per fiets die duidelijk ook op reis zijn. Wat later probeert onze gastheer ons in een taxi te laten plaatsnemen om tot aan zijn huis te rijden. Na veel over- en weer gepraat rijdt hij in de taxi ons gewoon voor. Wij rijden voor wat we waard zijn, het is leuk om eens op wedstrijdtempo te rijden. Mamadou beloont ons met een zakje heerlijk fris water; tip eraf bijten en aan het zakje zabberen! Later komen we nog in een café met kartonnen plafond, verlicht met olielampen (!). We passeren ook een discotheek, maar we vluchten er buiten vanwege nog meer decadent dan een westerse discotheek.

29/12/1999
Het huisje van Mamadou is stukken minder paradijselijk dan hij liet uitschijnen, maar alla, daar kunnen we wel tegen. We doen nog wat boodschappen in Banjul, en dan op weg naar Senegal, maar dan aan de andere kant van Gambia. Later op de namiddag komen we in het begin van de Casamance, en dit is een echt mooie streek. Hoge bomen, kortere hellingen, mooier bos. Het is alleen jammer dat al die imposante bomen niet op een foto passen, we hadden een breedhoeklens moeten meenemen. Het hotelletje in Diouloulou waar we 's avonds logeren is een soort coöperatieve, we krijgen er vooral plaatselijke etenswaren voorgezet (Wouter was al eens boos geworden in het begin van de reis toen we een fles Frans bronwater kregen, alsof in Senegal geen bronwater te vinden is). Zoals overal zijn de plaatselijke notabelen zeer enthousiast als ze ons zien. Maar deze verwoordt heel mooi waarom het zo leuk is om met de ligfiets door een ontwikkelingsland te reizen; "jullie zijn gewoon een toeristische attractie!". En hij heeft gelijk: we kunnen ombeschaamd naar mensen en dingen kijken, zij kijken immers ook onbeschaamd naar ons! Zij geven heel wat bloot van hun cultuur, en wij van de onze. En door traag en met relatief eenvoudige middelen te passeren zijn we zeer toegankelijk voor vragen en opmerkingen. En we wekken geen afgunst op door bijvoorbeeld met een Jeep en een fototoestel op de buik de rijke blanke te gaan uithangen.

30/12/1999
Gelukkig, nieuwjaar! Kaffountine werd ons aangeraden door een Belgische vriend die hier een paar dagen had doorgebracht. In het eerste het beste kaffeetje proberen we een zicht op het dorpje te krijgen. We maken bijna rechtsomkeer als we worden aangesproken door een oude koloniaal met een zeer jong meisje aan zijn zijde. Als hij hoort dat ik van Aalst afkomstig ben begint hij zelfs - O horror! - te vragen of ik bepaalde mensen uit Erpe-Mere toevallig ken. Onze ergernis wordt een beetje getemperd als een bus Amerikanen voor het café stopt. Ze stappen niet uit, nemen een foto van de boom, een jongetje, onze fietsen, en maken rechtsomkeer. Ze willen zelfs geen bier van de cafébaas. Voor ons is dit het bewijs dat dit dorpje duidelijk nog niet toeristisch is. De cafébaas biedt ons zijn enige logeerkamer aan, maar we besluiten om nog even verder te gaan kijken. We zitten op een schiereiland, en als Wouter keer op keer in het zand vast rijdt, zegt hij dat hij op het strand wil gaan rijden als het water laag genoeg staat. Ik wil langs de weg verder rijden, in de hoop nog van alles tegen te komen, we spreken dus af aan het uiterste puntje van het schiereiland, in de veronderstelling dat daar wel een soort haventje moet liggen. Op het eind van mijn weg stuit ik op een luxueus "kampement" waar onder andere een Senegalees mij aanspreekt omdat hij ons gezien heeft bij het verlaten van Dakar. Als ik mijn fiets naar het strand duw zie ik daar een drietal sporen van fietsen, waarvan 1 spoor mogelijk van Wouter. Enkele kilometer verder wordt het moeilijk om rijden vanwege het opkomend tij, en er zijn zandheuvels op het strand. Bovendien heb ik al een hele tijd geen sporen meer gezien. Ik keer terug via de weg die ik gekomen ben, waar Wouter het strand opging ga ik er ook op en nu ben ik zeker dat hij inderdaad op het stuk moet zitten waar ik eerder al geweest ben. De koeien die daarnet op het strand lagen zijn nu ook al gevlucht voor het water, maar ik moet verder, naar Wouter. Hele stukken moet ik door de zee, mijn fiets is vuil, mijn bagage is nat, ik vrees voor mijn ketting in dat zoute water. Op een gegeven moment wordt het mij echt te gortig, ik zet de fiets aan de ketting zo hoog mogelijk op een duin. Ik kan nu de toptas uitproberen, Elan heeft er riemen aan bevestigd zodanig dat het ook een rugzakje is. Eindelijk zie ik wat verder Wouter, die zijn fiets door het zand naar mij toe worstelt. Omdat we moeten wachten op eb om te kunnen terugrijden, heeft het avontuur ons behoorlijk wat tijd gekost, en laten we ons kazerneren bij onze cafébaas.

31/12/1999
Het is oudejaar, weet je wat, laten we eens gaan kijken hoe ver ons strandje doorloopt, deze keer in de voormiddag, tijdens eb. Het rijdt nu ronduit zalig, met een windje in de rug, we vliegen over het strand. Het schiereiland blijkt bijzonder lang te zijn, een kilometer of 25, maar het is er gewoon prachtig. Nog nooit zo'n schitterend strand gezien. En vooral, we hebben maar 1 mens tegengekomen, en die was ook per fiets. Er zijn minder prettige manieren om oudejaar te vieren. Kers op de taart is oudejaarsavond zelf; op het Belgisch nieuwjaar liggen we midden op de hoofdweg van het dorp naar de sterren te kijken. - Met in de ene hand een handvol pinda's en in de andere een zakje melkpoeder. Stijl! - Het Senegalees nieuwjaar - 1uur verschil - vieren we in gezelschap van een aantal oudere Fransen en twee plaatselijke vissers. Die vissers waren een beetje bedeesd, maar we laten ze zien hoe je jezelf uitnodigt op een receptie. Lekkere hapjes, maar de Franse dames zijn niet opgezet met onze actie, en poetsten de plaat, mét hapjes. Daarmee is het kot vrij voor de plaatselijke jeugd, ons inbegrepen, en we dansen tot een stuk in de nacht. Voordat we naar ons hutje gaan, tronen de trotse vissers ons nog mee naar hun boot, die we zeker moesten zien, en vwoilà, we zitten in een nieuw millenium!

1/1/2000
Om nieuwjaar te vieren hebben we dan maar een tochtje gemaakt naar Ziguinchor, alwaar een boot ons terugbracht naar Dakar. Ter plekken hebben we nog een paar dagen rondgezwerfd, en we hebben daar en in Ziguinchor nog verschillende avonturen meegemaakt. Maar dat is voor een volgende keer Snaveltjes toe en oogjes dicht... Slaapwel


Dries Callebaut
© Copyright De Ligfiets